06-05-09

Justitie: 'scheiding der machten' in theorie


montesqieuHet principe van de scheiding der machten in België wordt veelal gebruikt om schandalen in de doofpot te stoppen. Zolang alles op wieltjes loopt, is de permanente schending van dit principe door politici, magistraten en media die elkaar voortdurend ontmoeten en afspraken maken, geen enkel probleem...

----------------

ARCHIEF

Montesquieu en de scheiding der machten - De Minister van Justitie en “zijn” Openbaar Ministerie

Vrijdag, 27 Februari 2009

Beweringen dat in de zaak Fortis de scheiding der machten werd geschonden hebben geleid tot het ontslag van Eerste Minister Yves Leterme en Minister van Justitie en Vice-premier Jo Vandeurzen. Voor de burger is de scheiding der machten een vage notie. In de meeste media is het een verkrachte notie. Ze berichtten over wat de Eerste Voorzitter van het Hof van Cassatie in het volste vertrouwen aan de Kamervoorzitter schreef. Dat leverde al flink wat drama op. Zou een ernstige analyse, een goed begrip van de notie “scheiding der machten”, overbodig zijn? Ik lees of hoor ze in ieder geval nergens. Dus hierbij: wat is precies die scheiding der machten?

Vooreerst de basics: er zijn drie machten: de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de rechterlijke macht. De wetgevende macht wordt uitgeoefend door de Koning, de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat. De uitvoerende macht gaat uit van de Koning en van de door hem benoemde ministers en staatssecretarissen. De hoven en de rechtbanken vormen de rechterlijke macht.

Het principe van de scheiding der machten staat niet expliciet in de Belgische Grondwet. Wel blijkt uit die Grondwet dat de wetgever de scheiding der machten als richtinggevend beginsel heeft gebruikt.

Charles Montesquieu

Voor de oorsprong van het principe moeten we terecht bij de Franse fiilosoof Charles Montesquieu (1698-1755). Hij keerde zich, toen dat nog veel moed vergde, tegen slavernij. Hij zocht naar manieren om de vrijheid van de burger te vergroten en de kans op tirannie te verkleinen. Montesquieu werd de grondlegger van de politieke inrichting zoals we die kennen in alle westerse democratieën. Om machtswillekeur uit te sluiten, stelde Montesquieu voor de macht te verdelen over drie organen, die elkaar in hun machtsuitoefening moesten beperken. Zijn leer, de trias politica, was voor hem een manier om de toen absolute macht van de staat (i.c. Louis IX) te breken. Het was voor alle duidelijkheid niét zijn bedoeling de onafhankelijkheid van de machten of van de rechtspraak in het bijzonder te waarborgen. Het was wel zijn bedoeling het spel te verdelen. De scheiding der machten had en heeft een veel algemenere betrachting dan de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht. Montesquieu stelde verschillende machten voor, opdat geen enkele macht absoluut zou zijn. Dat en alleen dat was zijn bedoeling.

Het Hof van Cassatie en het Grondwettelijk Hof beschouwen de scheiding der machten als een algemeen rechtsbeginsel. Maar omdat het principe zelf niet expliciet in de Grondwet staat, moet de uitvoerende macht voor een goed begrip van de scheiding der machten altijd eerst nagaan wat heel precies in de Grondwet staat.

La séparation des pouvoirs

“La séparation des pouvoirs”, vandaag te pas en te onpas in de mond van de media, is een uitdrukking die Montesquieu zelf nooit heeft gebruikt. In het publieke recht en in de politieke wetenschap is de scheiding der machten een mythe geworden. In de geest van Montesquieu was ze een relatief beginsel. Ook de Belgische Grondwet respecteert die relativiteit. Ze laat de overheidsorganen, buiten hun toegewezen hoofdfunctie, deelnemen aan de uitoefening van de andere overheidsfuncties, en voorziet allerlei onderlinge controlemogelijkheden. Aan die controlemogelijkheden heeft ook de Minister van Justitie deel, en wel via zijn openbaar ministerie.

Checks and balances

De onafhankelijkheid van de rechters en het openbaar ministerie wordt gewaarborgd door de Grondwet (art. 151). Bovendien zijn rechters voor het leven benoemd. De hoven en rechtbanken hebben de macht om besluiten en verordeningen van de uitvoerende macht te toetsen aan de grondwet. Tussen de rechterlijke en de uitvoerende macht bestaan dus verschillende relaties die gericht zijn op samenwerking en controle. De uitvoerende macht benoemt de rechters, voert de door de rechters uitgesproken straffen uit en kan via het genaderecht de uitsproken straffen verminderen. Met andere woorden: er staat geen muur tussen de machten. Integendeel: een goede samenwerking en wat checks and balances zijn onontbeerlijk en ze zijn voorzien.

Het openbaar ministerie

Het openbaar ministerie neemt in de verhouding tussen de rechterlijke macht en de uitvoerende macht, een bijzondere positie in. Iedereen aanvaardt dat het openbaar ministerie een andere taak heeft dan de hoven en de rechtbanken die volgens artikel 40 van de Grondwet de rechterlijke macht zijn. Zij spreken recht, het openbaar ministerie doet dat niet, het vervolgt. En het controleert en adviseert.

Het openbaar ministerie heeft drie taken: het opsporen en vervolgen van misdrijven, en een controletaak: het waakt over het gedrag van de rechters en de rechtsgang. Zo moet het voorkomen dat het vertrouwen van de burger in justitie aangetast zou geraken en moet het gerechtelijke fouten vermijden, fouten die kunnen leiden tot onnodige beroepsprocedures en verbrekingen. Het openbaar ministerie kan ten slotte ook adviserend optreden in burgerlijke zaken.

Met andere woorden: het openbaar ministerie kan, op verzoek en, indien nodig in het belang van de openbare orde, op eigen initiatief, tussenbeide komen in strafzaken én in burgerlijke processen. Het zorgt voor wettigheid en eenheid van rechtspraak, onder meer door te vermijden dat privébelangen het algemeen belang in de weg staan. Zo geeft het openbaar ministerie bv. advies over hoederecht, en dagvaardt het een failliet handelaar. Zodoende zorgt het openbaar ministerie ervoor dat er rechtszekerheid is.

Dat is op zich al een hele boterham voor dat openbaar ministerie. Daar komt nog bij dat het de goede werking van de rechterlijke activiteiten moet controleren. Het moet nagaan of de essentiële belangen van de overheid of van de samenleving gevrijwaard zijn. Volgens de Hoge Raad voor de Justitie evolueert de opdracht van het openbaar ministerie om toezicht te houden richting kwaliteitscontrole en ondersteuning.

en… de Minister van Justitie

Het openbaar ministerie heeft deel aan twee machten: de rechterlijke en de uitvoerende. In die laatste hoedanigheid, en meer bepaald wanneer het optreedt in het algemeen belang, valt het openbaar ministerie onder het gezag en de verantwoordelijkheid van de Minister van Justitie. Eigenlijk is het openbaar ministerie een «interface» tussen beide voormelde machten. Nog van belang in dit verband is dat de minister van justitie een positief injunctierecht heeft. Dit betekent dat hij het parket kan vragen een vervolgingsdossier te starten. Een negatieve injunctierecht heeft hij niet: hij kan geen vervolging verbieden.

De uitvoerende en de rechterlijke macht zijn dus in zekere mate communicerende vaten. Dat maakt de scheiding der machten relatief.

Atikel 140 van het Gerechtelijk Wetboek is op het stuk van de scheiding der machten een heel belangrijk artikel. Het zegt dat het openbaar ministerie, “bijvoorbeeld een algemene controle moet uitoefenen op de werking van de zittingen”.

Doordat het openbaar ministerie voor zijn controletaak onder het gezag staat van de Minister van Justitie, mag deze minister “zijn” openbaar ministerie ook verzoeken deze taak ter harte te nemen. Bijvoorbeeld wanneer hij onregelmatigheden vermoedt. Dit is geen inmenging, dit brengt de onafhankelijkheid van de rechtspraak niet in het geding, dit is geen blijk van vooringenomenheid, dit schaadt of steunt op geen enkele manier de verdediging van welke partij ook. Dit is dagelijkse kost voor een Minister van Justitie die zijn verantwoordelijkheid neemt.

Scheiding der machten betekent dat de Minister van Justitie zich in geen geval in de plaats mag stellen van de rechterlijke macht en zelf niét mag bepalen hoe recht gesproken moet worden. Scheiding der machten betekent ook dat de Minister van Justitie mag laten nagaan of de rechterlijke macht de wetten en verordeningen correct toepast. Meer: de wet zegt expliciet dat de Minister van justitie hiervoor een beroep kan doen op “zijn” openbaar ministerie.

Ik kijk met zeer veel belangstelling uit naar een moderne definitie van de notie “scheiding der machten”. De magistratuur en de academische wereld kunnen daar ongetwijfeld een belangrijke, creatieve bijdrage in leveren.

Bron: http://www.stefaandeclerck.be/nl/montesquieu-en-de-scheiding-der-machten-de-minister-van-justitie-en-%E2%80%9Czijn%E2%80%9D-openbaar-ministerie/377