21-07-07

Onkelinx stak de kinderpornozaak Zandvoort mee in de doofpot


Laurette Onkelinx stak de kinderpornozaak Zandvoort mee in de doofpot

ID794023_19_demotteps_thien_00CEK4_0.JPG









In de senaatsvergadering van 20.11.2003 werd Justitieminister Onkelinx (Parti Socialiste) door senator Sabine de Bethune (CD&V) aan de tand gevoeld omtrent 'de opstelling van een nationaal actieplan inzake de rechten van het kind'. Onkelinx sprak daarbij over de oprichting van de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind als 'permanent forum en schakel tussen de regering en de maatschappij'.

Wat Onkelinx nu precies met 'kinderrechten' te maken heeft, is niet duidelijk gezien zij de kinderpornozaak Zandvoort met de 88.000 slachtoffertjes mee in de doofpot stak.

In haar antwoord op de parlementaire vraag van Ecolo-parlementslid Zoé Genot noemde Onkelinx de kinderpornozaak Zandvoort immers een 'individueel dossier' en, zoals haar voorganger Marc Verwilghen, liet zij toe dat de tientallen kindermisbruikers en kinderpornoproducenten in deze zaak niet werden opgespoord.

Ook senator Sabine de Bethune gaat in deze zaak niet vrijuit. Zij werd herhaaldelijk geinformeerd over de kinderpornozaak Zandvoort maar zweeg erover terwijl zij voortdurend over 'Kinderrechten' en het 'Kinderrechtenbeleid' spreekt.


Belgische Senaat – Plenaire vergaderingen – Donderdag 20 november 2003 – Namiddagvergadering – Handelingen 3-21 / p. 47

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over «de opstelling van een nationaal actieplan inzake de rechten van het kind» (nr. 3-52)

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V):
– Tijdens de speciale zitting van de Verenigde Naties in mei 2002 hebben de beleidsmakers van de internationale gemeenschap een Wereldactieplan voor kinderen aangenomen. Ook de Belgische regering heeft dit Wereldactieplan onderschreven en heeft zich op die manier geëngageerd mee te werken aan een nationaal actieplan tegen eind 2003. De opstelling van een nationaal actieplan is tevens een belangrijke en dringende stap naar een overkoepelend beleid op federaal vlak betreffende de rechten van het kind. Ik heb vorige week een vraag gesteld over het jaarlijkse verslag van de federale regering inzake kinderrechten. De minister verwees toen al naar de redactie van dit nationale actieplan.
Niettemin heb ik een aantal concrete vragen hierover. Ik verwijs ook naar de vragen van collega de T’ Serclaes, die niet aanwezig kon zijn. Hoe ver staat het met de opstelling van een Belgisch nationaal actieplan inzake de rechten van het kind? Wat zullen de krachtlijnen zijn van dit actieplan? Wie coördineert de opvolging van het nationale actieplan en de andere initiatieven voor een federaal kinderrechtenbeleid? Welke personen of organisaties zijn bij de opstelling van dit nationale actieplan betrokken en op welke manier? Ik heb het dan speciaal over de kinderrechtencommissarissen van de Vlaamse en Franse Gemeenschap, de niet-gouvernementele organisaties die de opvolging van het kinderrechtenverdrag en de promotie en ondersteuning van de rechten van het kind in ons land tot doelstelling hebben, de kinderen en jongeren zelf.

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie:
– Zoals ik vorige week al heb meegedeeld, werd slechts één werkgroep opgericht om tegemoet te komen aan de vereisten van de Verenigde Naties en de vereisten van de wet van 4 september 2002 in verband met het indienen van een jaarlijks rapport. Het is namelijk de bedoeling het overleg en de coherentie van het nationaal actieplan, dat zich nog in de oprichtingsfase bevindt, te optimaliseren. De meeste ministeriële departementen hebben een contactpersoon aangesteld. Die personen zijn op 25 september en op 17 november 2003 samengekomen in de FOD Justitie. Er werd een gezamenlijke werkmethodologie vastgelegd. De departementen werd gevraagd, binnen hun bevoegdheidsdomeinen, hun strategische doelstellingen inzake kinderrechten vast te leggen. Sommige federale departementen moeten die doelstellingen nog definiëren. De gemeenschappen zijn daar vroeger mee begonnen. Ze beschikken al over een coördinatiemechanisme en konden die eerste werkfase dus al afronden.
Tijdens de tweede fase zullen de prioriteiten van het actieplan worden geanalyseerd. Hierna zal een consensus over de krachtlijnen van het actieplan worden ontwikkeld. Deze werkzaamheden zullen worden uitgevoerd door twee commissies die binnen de werkgroep opgericht worden; ze zullen op 25 november en op 4 december 2003 bijeenkomen. De coördinatie gebeurt momenteel door de FOD Justitie. Eens de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind zal zijn opgericht, zal ze een belangrijke rol vervullen bij deze coördinatie. Alle departementen die bevoegdheden hebben op het vlak van de kinderrechten, zijn lid van werkgroep die belast is met het uitwerken van het actieplan.
Ook experts kunnen erbij worden betrokken. Het actieplan zal worden voorgelegd aan de NGO’s die samengesteld zijn uit vertegenwoordigers van de burgermaatschappij en derhalve zijn er ook kinderen bij. Om praktische redenen en wegens de tijdsindeling, opteerde de werkgroep ervoor om de kinderen er niet actiever bij te betrekken.
Ik heb de indruk dat nog enige verduidelijking wenselijk is. De werkgroep heeft dus een werkmethodologie vastgelegd om tegemoet te komen aan de aanbevelingen van de Verenigde Naties om vóór eind 2003 een nationaal actieplan uit te werken. Men zou die werkgroep wel kunnen suggereren het parlement te raadplegen, een consequenter deelnemingsproces en inzonderheid een ronde tafel te organiseren, maar dan zou het actieplan pas in 2004 worden afgerond.
Ik deel uw zienswijze over de rol van de Nationale Commissie voor de Rechten van het Kind als permanent forum en schakel tussen de regering en de maatschappij. Ik ben niet van plan die opdracht over te dragen of daartoe een onderzoekscontract te sluiten met een universiteit. Om een permanent discussieplatform op te richten met betrekking tot de toepassing van de Conventie van de Verenigde Naties over de kinderrechten bepaalt het samenwerkingsakkoord dat de Commissie wordt samengesteld uit vertegenwoordigers van de federale, de gemeenschaps- en gewestministers, van het College van procureurs-generaal, van de Vereniging van steden en gemeenten, van de NGO’s, van de universiteiten, van de délégué général aux droits de l’enfant en de kinderrechtencommissaris en van het Belgisch Unicefcomité.
Ik ben vastbesloten alles in het werk te stellen om dit dossier zo spoedig mogelijk af te ronden. Ik kan nu nog niet zeggen wanneer die Commissie wordt opgericht, want bepaalde parameters hangen af van het overleg dat met de gemeenschappen wordt gehouden om de blokkeringen die zich tijdens de vorige regeerperiode voordeden, te voorkomen.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V): – Ik reken erop dat de vice-eerste minister echt werk gaat maken van dit dossier. De vorige regeerperiode werd in dit dossier immers bijna geen vooruitgang geboekt.
Ik heb ook enkele concrete voorstellen voor het nationale actieplan. Ten eerste moet binnen het plan ruimte worden gemaakt voor instrumenten voor een kindvriendelijk beleid. Zo moet er naar analogie met Vlaanderen een wet op de kindeffectrapportage komen. Ten tweede moet jaarlijks aan de begroting een kindernota worden gevoegd, naar analogie met de bestaande zilvernota voor de vergrijzing en de solidariteitsnota voor de NoordZuidverhouding. Tevens moet er op het federale niveau een kinderrechtencommissariaat worden opgericht bij het federale parlement. Die instelling moet geen ombudsdienst voor de kinderen zijn, maar moet er op onafhankelijke wijze over waken dat het kinderrechtenverdrag wordt geïmplementeerd. Ook moet de methodologie om kinderen te betrekken bij de planning en de evaluatie van het kinderrechtenbeleid worden verfijnd. Het is niet eenvoudig om dat op een ernstige manier te doen. Het is niet de bedoeling om een rollenspel op te voeren, dat kunnen kinderen op school doen. Wel moet worden gezocht naar formules die de kinderen ernstig nemen. De werkgroep ‘Kinderrechten’ van de Senaat heeft tijdens de vorige regeerperiode enkele malen geprobeerd dat op een ernstige wijze te doen, bijvoorbeeld inzake het dossier van de niet-begeleide minderjarige illegalen en asielzoekers. Na overleg met kinderen die zelf in die situatie zitten, hebben we een advies geformuleerd. Deze methodologie moet verder worden onderzocht, eventueel in samenwerking met de Senaat. De Senaat heeft ook talrijke belangrijke aanbevelingen gedaan in het vooruitzicht van de Top van New York. We hebben een volledige agenda opgesteld voor een nationaal actieplan. Zo vindt onze fractie het essentieel dat ook de rechtspositie van de minderjarige wordt versterkt en dat dringend werk wordt gemaakt van het spreekrecht van kinderen in Justitie, van een statuut voor jeugdadvocaten, van de rechtstoegang voor kinderen en van de implementatie van het voogdijstatuut voor de niet-begeleide minderjarige. Ook moet verder worden gesleuteld aan de Grondwet. Het gaat om voorstellen waarvan het parlementaire werk is afgerond en die, eventueel mits verfijning, kunnen worden geïmplementeerd. Ik hoop ook dat we een parlementair debat kunnen houden eens het plan klaar is zodat we ook hier het draagvlak kunnen verbreden en eventueel aanpassingen kunnen doen.

--------------------

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over «de oprichting van een nationale commissie voor de rechten van het kind» (nr. 3-51)

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V):
– Deze vraag sluit aan bij de vorige. Als ik het goed begrepen heb, zal de Nationale Commissie voor de rechten van het kind binnenkort worden opgericht. Kan de minister meer concrete gegevens verstrekken? Haar voorganger, de heer Verwilghen, had in commissie op informele wijze een voorontwerp rondgedeeld. Toen waren we hoopvol gestemd, omdat we dachten dat de commissie spoedig zou worden opgericht. Inmiddels zijn we meer dan een jaar later en is de commissie nog steeds niet opgericht. Ik veronderstel dat het nog steeds in de bedoeling ligt dat de federale instanties partner vormen met de gemeenschappen, de gewesten en de NGO’s. Indertijd was er discussie over de manier waarop de gemeenschappen zouden bijdragen in de financiering en de administratie. In die zin heeft minister Verwilghen alleszins geantwoord op een vraag om uitleg in dit verband. Ik had dan ook graag vernomen of het budget voor deze commissie is ingeschreven in de begroting 2004. Daarenboven kreeg ik graag preciezere gegevens over de timing en over de vorm die de commissie zal aannemen.

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eerste minister en minister van Justitie:
– Tijdens de vorige regeerperiode werd, in het kader van een ietwat moeilijkere dialoog met de Vlaamse Gemeenschap, contact opgenomen met minister Byttebier. Er kon een akkoord worden bereikt over de medefinanciering. De interministeriële conferentie voor het kind en de jeugd zou dus binnenkort moeten kunnen samenkomen met het oog op een akkoord over de tekst. De tienduizend euro werden ingeschreven op de begroting van 2004.

12:32 Gepost door MI5 in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Onkelinx blijft minister Onkelinx blijft minister

Wie dacht dat er na de verkiezingen iets zou veranderen, komt bedrogen uit. De Parti Socialiste die bij de verkiezingen fors verloor, stapt mee in een volgende regering en justitieminister Onkelinx die de Vlamingen 'mérules' noemde en mede verantwoordelijk is voor het dichtdekken van de kinderpornozaak Zandvoort, wordt waarschijnlijk opnieuw minister van justitie. In België kan blijkbaar alles doordat de politici alles onder elkaar regelen.

---------

Dat Guy Verhofstadt (Open VLD) die interimregering zal leiden was al langer bekend. Maar er zijn nog enkele andere certitudes.

In de interimregering zijn veertien postjes te verdelen. Zeven daarvan voor de Vlamingen, zeven voor de Franstaligen. Daarvan krijgt CD&V met vier stuks de grootste brok toegeschoven. Open VLD, MR en PS krijgen elk drie ministers, CDH moet zich met eentje tevreden stellen.

Namen noemen

Bij CD&V zijn de zekerheden Yves Leterme (als vice-premier en met de portefeuille van staatshervorming), Jo Vandeurzen, Inge Vervotte en Pieter De Crem. Volgens de recentste speculaties zou CD&V ook de bevoegdheden Jusititie, Defensie en Overheidsbedrijven krijgen

Bij Open VLD liggen de namen ook al vast: Verhofstadt als premier, Patrick Dewael als vicepremier en als derde minister Karel De Gucht. Patrick Dewael zou minister van Binnenlandse Zaken blijven en ook Karel De Gucht zou zijn post van Buitenlandse Zaken mogen behouden.

Bij de MR zijn Didier Reynders (vicepremier) en Sabine Laruelle certitudes. Voor de derde post wordt de naam van Hervé Jamart genoemd.

CDH vaardigt vakbondsman Josly Piette af. Hij zou minister van Werk worden.

Bij PS is het nog speculeren over de namen. Laurette Onkelinx lijkt een zekerheid, verder vielen al de namen van Christian Dupont en André Flahaut te vallen. Die laatste kan een probleem vormen voor CD&V.

Het lijkt onwaarschijnlijk dat Pieter De Crem in een regering zal willen stappen waar ook de voormalige minster van Defensie Flahaut deel van zal uitmaken. De Crem vroeg in de Kamer tot vijf maal toe het ontslag van Flahaut en bezwoer dat de PS'er nooit meer minister zou worden.


Bron: De Standaard, 19 december 2007

Gepost door: Leentje | 19-12-07

De commentaren zijn gesloten.